4 april 2011



Een lege kamer in huis en een nieuw favoriet drankje.

3 april 2011

Na drie dagen in één richting turen (opereren, wakker worden, beter worden), blijkt de wereld in volle vaart verder gehold. Er is iets met een prins. In Libië is het nog altijd van dattum. Iemand blijkt een huis gekocht. Mensen die in Italië zaten, zijn terug.
Na drie dagen beterschap zet ik me schrap. Ik adem diep in. Ik geef de bloemen water en laat de kat buiten. Ik ben niet klaar voor de sprint.

2 april 2011



De ochtend begint laat. Er is al een halve lentedag voorbij als ik wakker word.
Wat ik het meest mis, is praten met mijn lief.
Dat gaat niet als hij gedrogeerd in slaap ligt. Dat gaat niet als hij een sonde door zijn neus en in zijn keel heeft. Dat gaat niet als zijn moeder aan de andere kant van het bed zit. Dat gaat niet als die snee in zijn buik ervoor zorgt dat hij moeilijk ligt en zit en al helemaal niet staat. Dat gaat niet als het eerste en het belangrijkste en het enige op zijn to do-lijst herstellen is.
Hij moet snel beter zijn.
Hij weet zoveel niet en straks zijn al die kleine onbelangrijke dingen ondergesneeuwd door duizenden andere kleine onbelangrijke dingen die hij eerst moet weten.
De vrouw in het zwart met de grijze knoet breit met vier breinaalden tegelijkertijd. Note to self: mijn saaie sjaal (één haaknaald) uit de kelder halen.

1 april 2011


Duiven zijn ongedierte. Ze gaan rustig op het fietspad zitten wanneer ik er wil passeren en ze zullen niet wijken. Ze zijn arrogant en ze beseffen niet dat ik hén eet als puntje bij paaltje komt en niet omgekeerd als puntje bij paaltje komt.

Deze duiven zijn van Alain Verster en komen uit De duif die niet kon duiken van Edward van de Vendel. Duiven zijn ongedierte, maar niet op deze manier.
Ik steel een uur, een half uur.
In het ziekenhuis gaat alles volgens plan.
Ik heb een trein vroeger gehaald, ga naar de boekenwinkel. Ik koop een kaartje omdat we straks 1 maand getrouwd zijn & gefeliciteerd aan onszelf. Ik koop een kaartje en een prentenboek, steek de straat over en bevolk als enige het koffiehuis. Ik bestel een kop thee en krijg 'iets bloemigs, iets voor op een zomeravond'. Ik denk goddank voor de ironie, schrijf een kaartje, lees een nieuw boek.